EPG Online Twitter
EPG Online Blog
Disease Knowledge
Drug Updates
Preventie van cerebrovasculair accident (CVA) en systemische embolie bij volwassen patiënten met nonvalvulair
atriumfibrilleren met één of meer risicofactoren, zoals congestief hartfalen, hypertensie, leeftijd
≥ 75 jaar, diabetes mellitus, eerdere CVA of TIA (transient ischaemic attack).
Behandeling van diep veneuze trombose (DVT) en preventie van recidief DVT en pulmonale embolie (PE)
na een acute DVT bij volwassenen.
- Benlysta 120 mg poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie.
- Benlysta 400 mg poeder voor concentraat voor oplossing voor infusie.
- Qutenza 179 mg huidpleister
- Onglyza 2,5 mg, filmomhulde tabletten
- IRESSA 250 mg filmomhulde tabletten
- Mycamine 50 mg poeder voor oplossing voor infusie
- Protopic 0,1% zalf
- Cayston 75 mg poeder en oplosmiddel voor verneveloplossing
- Protopic 0,03% zalf
- Xarelto 20 mg filmomhulde tabletten
- Xarelto 15 mg filmomhulde tabletten
- Xarelto 10 mg filmomhulde tabletten
- Polyspectran
- Tobrex
- Tetracycline Oogdruppels FNA
- Zarontin
- Gentamytrex
- Ethymal
- Irgamid
- Polytrim
- Gentamicine Minims
- Trafloxal
- Chibroxol
- Neomycine Minims
- Ophtagram
- TFT-Ophtiole
- Dexamethason Oogdruppels
- Dexamethason Oogdruppels FNA
- Dexamytrex
- Sofradex oogdruppels/oogzalf
- Taloxa
- Dexamethason-Chlooramfenicol-Polymyxine B Oogdruppels FNA
- Prednisolon Minims
- Ultracortenol
- Pred Forte
- HMS Liquifilm
- FML Liquifilm
- Flarex
- Dexamethason Monofree
- Decadron oogdruppels
Please register to access disease diagnosis, patient management, physician tools.
By viewing the content of this web page you are both confirming your status as a healthcare professional and agreeing to our terms of use.
Overige antitrombotische middelen, ATC-code: B01AX06
rivaroxaban
Elke filmomhulde tablet bevat 20 mg rivaroxaban. Hulpstof(fen): Elke filmomhulde tablet van 20 mg bevat 22,9 mg lactosemonohydraat
Filmomhulde tablet. Bruinrode, ronde, bolronde tabletten (diameter 6 mm, radius van de bolling 9 mm) met het BAYER-kruis op de ene kant en "20" en een driehoek op de andere kant.
Preventie van cerebrovasculair accident (CVA) en systemische embolie bij volwassen patiënten met nonvalvulair
atriumfibrilleren met één of meer risicofactoren, zoals congestief hartfalen, hypertensie, leeftijd
≥ 75 jaar, diabetes mellitus, eerdere CVA of TIA (transient ischaemic attack).
Behandeling van diep veneuze trombose (DVT) en preventie van recidief DVT en pulmonale embolie (PE)
na een acute DVT bij volwassenen.
Dosering
Preventie van CVA en systemische embolie
De aanbevolen dosering bedraagt eenmaal daags 20 mg. Dit is ook de aanbevolen maximale dosis.
Behandeling met Xarelto dient gedurende lange tijd te worden voortgezet, op voorwaarde dat het voordeel
van preventie van CVA en systemische embolie opweegt tegen het risico op een bloeding.
Als een dosis niet is ingenomen, moet de patiënt Xarelto onmiddellijk alsnog innemen en de volgende dag
doorgaan met eenmaal daags innemen zoals aanbevolen. De dosis mag niet op één dag worden verdubbeld
om een overgeslagen dosis in te halen.
Behandeling van DVT en preventie van recidief DVT en PE
De aanbevolen dosering voor de initiële behandeling van acute DVT bedraagt tweemaal daags 15 mg
gedurende de eerste drie weken, gevolgd door eenmaal daags 20 mg gedurende de voortgezette behandeling
en de preventie van recidief DVT en PE, zoals in de tabel hieronder is weergegeven.
| Doseringsschema | Maximale dagelijkse dosis | |
| Dag 1-21 | 15 mg tweemaal daags | 30 mg |
| Dag 22 en daarna | 20 mg eenmaal daags | 20 mg |
De duur van de behandeling dient individueel te worden bepaald na zorgvuldige afweging van de voordelen
van de behandeling tegen het risico op een bloeding. Een korte behandelduur (3 maanden)
dient te worden gebaseerd op risicofactoren van voorbijgaande aard (bijvoorbeeld een recente chirurgische
ingreep, trauma, immobilisatie) en een langere behandelduur dient te worden gebaseerd op permanente
risicofactoren of idiopathische DVT. De ervaring met het gebruik van Xarelto voor deze indicatie gedurende
langer dan 12 maanden is beperkt.
Indien tijdens de behandelfase met tweemaal daags 15 mg (dag 1-21) een dosis wordt vergeten, dient de
patiënt Xarelto onmiddellijk alsnog in te nemen om te zorgen dat 30 mg Xarelto per dag wordt ingenomen.
In dit geval mogen twee tabletten van 15 mg tegelijk worden ingenomen. De patiënt dient de volgende dag
door te gaan met innemen volgens het normale schema van tweemaal daags 15 mg, zoals aanbevolen.
Als een dosis niet is ingenomen tijdens de behandelfase met eenmaal daagse inname (vanaf dag 22), moet de
patiënt Xarelto onmiddellijk alsnog innemen en de volgende dag doorgaan met eenmaal daags innemen zoals
aanbevolen. De dosis mag niet op één dag worden verdubbeld om een overgeslagen dosis in te halen.
Overschakelen van vitamine K-antagonisten (VKA) naar Xarelto
Bij patiënten die worden behandeld voor de preventie van CVA en systemische embolie dient de
VKA-behandeling te worden stopgezet en behandeling met Xarelto te worden gestart wanneer de INRwaarde
≤ 3,0 is.
Bij patiënten die worden behandeld voor DVT en de preventie van recidief DVT en PE dient de
VKA-behandeling te worden stopgezet en behandeling met Xarelto te worden gestart zodra de INR-waarde
≤ 2,5 is.
Wanneer patiënten overschakelen van VKA's naar Xarelto, worden de INR-waarden foutief verhoogd na de
inname van Xarelto. De INR-waarde is geen geldige maat voor de antistollingswerking van Xarelto en mag
daarom niet worden gebruikt.
Overschakelen van Xarelto naar vitamine K-antagonisten (VKA)
Er bestaat een mogelijkheid voor inadequate antistolling tijdens het overschakelen van Xarelto naar VKA.
Continue adequate antistolling dient verzekerd te zijn gedurende elke overschakeling op een ander
antistollingsmiddel. Denk eraan dat Xarelto kan bijdragen aan een verhoogde INR-waarde.
Bij patiënten die overschakelen van Xarelto naar VKA, dient de VKA gelijktijdig te worden gegeven totdat
de INR-waarde ≥ 2,0 is. Gedurende de eerste twee dagen van de overschakelingsperiode dient de standaard
aanvangsdosis VKA te worden gebruikt, daarna dient de dosis VKA op geleide van de gemeten INRwaarden
te worden aangepast. Zolang patiënten zowel Xarelto als VKA krijgen, moet de INR-waarde niet
eerder dan 24 uur na de voorgaande dosis, maar vóór de volgende dosis Xarelto worden bepaald. Wanneer
eenmaal is gestopt met Xarelto, kan de INR-waarde minimaal 24 uur na de laatste dosis betrouwbaar worden
getest.
Overschakelen van parenterale antistollingsmiddelen naar Xarelto
Bij patiënten die tot dat moment een parenteraal antistollingsmiddel kregen, dient 0 tot 2 uur vóór het tijdstip
van de volgende geplande toediening van het parenterale geneesmiddel (bijv. LMWH) met Xarelto te
worden gestart, of op het moment dat een continu toegediend parenteraal geneesmiddel (bijv. intraveneuze,
niet-gefractioneerde heparine) wordt stopgezet.
Overschakelen van Xarelto naar parenterale antistollingsmiddelen
Geef de eerste dosis parenteraal antistollingsmiddel op het moment dat de volgende dosis Xarelto zou
moeten worden ingenomen.
Speciale populaties
Nierinsufficiëntie
De dosering hoeft niet te worden aangepast voor patiënten met lichte nierinsufficiëntie (creatinineklaring
50 - 80 ml/min).
Voor patiënten met matige (creatinineklaring 30 - 49 ml/min) of ernstige (creatinineklaring 15 - 29 ml/min)
nierinsufficiëntie gelden de volgende doseringsaanbevelingen:
- Voor de preventie van CVA en systemische embolie bij patiënten met non-valvulair atriumfibrilleren
is de aanbevolen dosering eenmaal daags 15 mg.
- Voor de behandeling van DVT en preventie van recidief DVT en PE: Patiënten dienen de eerste
3 weken te worden behandeld met tweemaal daags 15 mg. Daarna is de aanbevolen dosering 15 mg
eenmaal daags op basis van farmacokinetische modellering.
Beperkte klinische gegevens voor patiënten met ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring 15 - 29 ml/min)
laten zien dat de plasmaconcentraties rivaroxaban significant verhoogd zijn. Daarom is voorzichtigheid
geboden bij gebruik van Xarelto door deze patiënten. Het gebruik wordt niet aanbevolen bij patiënten met
creatinineklaring < 15 ml/min.
Leverinsufficiëntie
Xarelto is gecontra-indiceerd bij patiënten met een leveraandoening die gepaard gaat met coagulopathie en
een klinisch relevant bloedingsrisico, waaronder cirrotische patiënten met Child-Pugh B en C.
Oudere patiënten
Geen doseringsaanpassing.
Lichaamsgewicht
Geen doseringsaanpassing.
Geslacht
Geen doseringsaanpassing.
Pediatrische patiënten
De veiligheid en werkzaamheid van Xarelto bij kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar zijn niet vastgesteld.
Omdat er geen gegevens beschikbaar zijn, wordt Xarelto niet aanbevolen voor gebruik bij kinderen jonger
dan 18 jaar.
Wijze van toediening
Voor oraal gebruik. De tabletten dienen met voedsel te worden ingenomen
Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor één van de in rubriek 6.1. vermelde hulpstoffen.
Klinisch significante actieve bloeding.
Leveraandoening gepaard gaande met coagulopathie en een klinisch relevant bloedingsrisico, waaronder
cirrotische patiënten met Child-Pugh B en C.
Zwangerschap en borstvoeding
Klinische bewaking in lijn met de praktijk van antistollingsbehandeling wordt gedurende de gehele
behandelperiode aanbevolen.
Risico op bloedingen
In klinische onderzoeken werden bloedingen van slijmvliezen (bijvoorbeeld epistaxis, gingivaal, gastrointestinaal,
urogenitaal) en anemie vaker gezien tijdens een langdurige behandeling met rivaroxaban, in
vergelijking met een behandeling met VKA. Daarom kan, naast een adequaat klinisch toezicht,
laboratoriumonderzoek van het hemoglobine/hematocriet van waarde zijn voor het ontdekken van occult
bloedverlies, indien dit geschikt wordt geacht.
Verschillende subgroepen van patiënten, zoals hieronder beschreven, hebben een verhoogd risico op
bloedingen. Deze patiënten moeten na aanvang van de behandeling nauwgezet worden gecontroleerd op
klachten en symptomen van complicaties veroorzaakt door bloedingen en anemie.
Bij elke onverklaarbare daling van hemoglobine of van de bloeddruk moet gezocht worden naar een
bloedingslocatie.
Nierinsufficiëntie
Bij patiënten met ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 30 ml/min) kunnen de plasmaconcentraties
van rivaroxaban significant zijn verhoogd (gemiddeld met een factor 1,6), wat kan leiden tot een verhoogd
risico op bloedingen. Voorzichtigheid is geboden wanneer Xarelto door patiënten met creatinineklaring
15 - 29 ml/min wordt gebruikt. Het gebruik wordt niet aanbevolen bij patiënten met creatinineklaring
< 15 ml/min.
Xarelto moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patienten met nierinsufficiëntie die gelijktijdig
geneesmiddelen krijgen die sterke remmers zijn van CYP3A4 (bijvoorbeeld claritromycine, telitromycine),
omdat PK-modellering verhoogde concentraties van rivaroxaban bij deze patienten laat zien.
Interactie met andere geneesmiddelen
Het gebruik van Xarelto wordt niet aanbevolen bij patiënten die gelijktijdig een systemische behandeling met
azol-antimycotica (zoals ketoconazol, itraconazol, voriconazol en posaconazol) of hiv-proteaseremmers (bijv.
ritonavir) krijgen. De werkzame bestanddelen van deze middelen zijn sterke remmers van zowel CYP3A4 als
P-glycoproteïne (Pgp) en kunnen daarom de plasmaconcentraties rivaroxaban in klinisch relevante mate
verhogen (gemiddeld met een factor 2,6), wat kan leiden tot een verhoogd risico op bloedingen.
Zorgvuldigheid is vereist als patiënten gelijktijdig worden behandeld met geneesmiddelen die de hemostase
beïnvloeden, zoals niet-steroïde ontstekingsremmers (NSAID's), acetylsalicylzuur,
plaatjesaggregatieremmers of andere antitrombotica. Bij patiënten met een risico op een ulceratieve gastrointestinale
aandoening kan een geschikte profylactische behandeling worden overwogen
Andere risicofactoren voor bloedingen
Rivaroxaban moet, net als andere antitrombotica, met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met een
verhoogd risico op bloedingen, zoals bij:
- aangeboren en verworven bloedingsstoornissen
- ernstige arteriële hypertensie die niet onder controle is
- actieve ulceratieve maagdarmstoornis
- recente zweervorming in het maagdarmkanaal
- vasculaire retinopathie
- recente intracraniale of intracerebrale bloeding
- intraspinale of intracerebrale vaatafwijkingen
- recente hersenoperatie of een spinale of oftalmologische operatie
- bronchiëctasie of een voorgeschiedenis van pulmonale bloeding.
Patiënten met een klepprothese
De veiligheid en werkzaamheid van Xarelto zijn niet onderzocht bij patiënten met een klepprothese; daarom
zijn er geen gegevens die ondersteunen dat Xarelto 20 mg (15 mg bij patiënten met matige of ernstige
nierinsufficiëntie) adequate antistolling biedt in deze patiëntenpopulatie. Behandeling met Xarelto wordt
voor deze patiënten niet aanbevolen.
Patiënten met acute pulmonale embolie
Xarelto wordt niet aanbevolen bij de behandeling van acute pulmonale embolie.
Doseringsaanbevelingen vóór en na invasieve ingrepen en chirurgische interventie
Als een invasieve ingreep of chirurgische interventie nodig is, dient Xarelto minimaal 24 uur vóór de
interventie te worden gestopt, indien dit mogelijk is en gebaseerd op het klinische oordeel van de arts.
Als de ingreep niet kan worden uitgesteld, dient het verhoogde risico van bloeding te worden afgewogen
tegen de urgentie van de interventie.
Xarelto dient zo snel mogelijk na de invasieve ingreep of chirurgische interventie weer te worden gestart,
gegeven dat de klinische toestand dit toestaat en adequate hemostase is bereikt.
Informatie over hulpstoffen
Xarelto bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, Lapplactasedeficiëntie
of glucose-galactosemalabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.
CYP3A4- en Pgp-remmers
Gelijktijdige toediening van rivaroxaban en ketoconazol (400 mg eenmaal daags ) of ritonavir (600 mg
tweemaal daags) leidde tot een 2,6-voudige / 2,5-voudige verhoging van de gemiddelde AUC-waarde voor
rivaroxaban en een 1,7-voudige / 1,6-voudige verhoging van de gemiddelde Cmax-waarde voor rivaroxaban,
met significante stijgingen van de farmacodynamische effecten, wat kan leiden tot een verhoogd risico op
bloedingen. Het gebruik van Xarelto wordt daarom niet aanbevolen bij patiënten die gelijktijdig een
systemische behandeling met azol-antimycotica, zoals ketoconazol, itraconazol, voriconazol en posaconazol,
of hiv-proteaseremmers krijgen. Deze werkzame stoffen zijn sterke remmers van zowel CYP3A4 als Pgp.
Werkzame stoffen die slechts één van de eliminatieroutes van rivaroxaban, CYP3A4 of Pgp, sterk remmen,
kunnen in mindere mate de plasmaconcentraties van rivaroxaban verhogen. Claritromycine (500 mg
tweemaal daags), dat wordt gezien als een sterke CYP3A4-remmer en matige Pgp-remmer, leidde
bijvoorbeeld tot een 1,5-voudige verhoging van de gemiddelde AUC-waarde van rivaroxaban en een
1,4-voudige verhoging van de Cmax-waarde. Deze stijging wordt niet als klinisch relevant beschouwd.
Erytromycine (500 mg driemaal daags ), dat een matig sterke remmer is van CYP3A4 en Pgp, leidde tot een
1,3-voudige verhoging van de gemiddelde AUC-waarde en van de Cmax voor rivaroxaban. Deze stijging
wordt niet beschouwd als klinisch relevant.
Fluconazol (eenmaal daags 400 mg), dat wordt beschouwd als een matig sterke CYP3A4-remmer, leidde tot
een 1,4-voudige stijging van de gemiddelde AUC-waarde van rivaroxaban en een 1,3-voudige stijging van
de gemiddelde Cmax. Deze stijging wordt niet als klinisch relevant beschouwd.
Gezien de beperkte beschikbaarheid van klinische gegevens met dronedarone, dient gelijktijdige toediening
met rivaroxaban te worden vermeden.
Anticoagulantia
Na gecombineerde toediening van enoxaparine (enkelvoudige dosis 40 mg) en rivaroxaban (enkelvoudige
dosis 10 mg) werd een additief effect tegen stollingsfactor Xa-activiteit waargenomen, zonder enig extra
effect op stollingstests (PT, APTT). Enoxaparine had geen effect op de farmacokinetiek van rivaroxaban.
Vanwege het verhoogde risico op bloedingen is voorzichtigheid geboden bij het gelijktijdig behandelen van
patiënten met andere anticoagulantia.
NSAID's/plaatjesaggregatieremmers
Er werd geen klinisch relevante verlenging van de bloedingstijd waargenomen na gelijktijdige toediening
van rivaroxaban (15 mg) en 500 mg naproxen. Desondanks kunnen er personen zijn die een meer
uitgesproken farmacodynamische respons vertonen.
Er zijn geen klinisch significante farmacokinetische of farmacodynamische interacties waargenomen
wanneer rivaroxaban gelijktijdig werd toegediend met 500 mg acetylsalicylzuur.
Clopidogrel (300 mg oplaaddosis, gevolgd door 75 mg onderhoudsdosis) vertoonde geen farmacokinetische
interactie met rivaroxaban (15 mg), maar in een subgroep patiënten werd een relevante verlenging van de
bloedingstijd waargenomen die niet samenhing met de plaatjesaggregatie of met de gehaltes van P-selectine
of GPIIb/IIIa-receptor.
Zorgvuldigheid is vereist als patiënten gelijktijdig worden behandeld met NSAID's (inclusief
acetylsalicylzuur) en plaatjesaggregatieremmers, omdat het voor deze geneesmiddelen kenmerkend is dat zij
het risico op bloedingen verhogen.
Warfarine
Wanneer patiënten overschakelden van de vitamine K-antagonist warfarine (INR 2,0 tot 3,0) op rivaroxaban
(20 mg) of van rivaroxaban (20 mg) op warfarine (INR 2,0 tot 3,0), werd de protrombinetijd/INR
(Neoplastine) meer dan additief verhoogd (individuele INR-waarden tot 12 kunnen worden waargenomen),
terwijl de effecten op APTT, remming van de activiteit van factor Xa en de endogene trombinepotentiaal
additief waren.
Als het wenselijk is om tijdens de overschakelingsperiode de farmacodynamische effecten van rivaroxaban
te testen, kunnen de anti-factor Xa-activiteit, PiCT en Heptest worden gebruikt, aangezien deze testen niet
worden beïnvloed door warfarine. Op de vierde dag na de laatste dosis warfarine gaven alle testen (met
inbegrip van PT, APTT, remming van factor Xa-activiteit en ETP) uitsluitend het effect van rivaroxaban
weer.
Als het wenselijk is om tijdens de overschakelingsperiode de farmacodynamische effecten van warfarine te
testen, kan de INR worden gemeten bij de Ctrough-waarde van rivaroxaban (24 uur na de voorgaande inname
van rivaroxaban), aangezien deze test op dit punt minimaal wordt beïnvloed door rivaroxaban.
Er is geen farmacokinetische interactie waargenomen tussen warfarine en rivaroxaban.
CYP3A4-inductoren
Gelijktijdige toediening van rivaroxaban en de sterke CYP3A4-inductor rifampicine leidde tot een afname
van de gemiddelde AUC-waarde voor rivaroxaban met ongeveer 50%, met overeenkomstige afname van de
farmacodynamische effecten. Gelijktijdig gebruik van rivaroxaban met andere sterke CYP3A4-inductoren
(bijv. fenytoïne, carbamazepine, fenobarbital of sint-janskruid) kan ook leiden tot lagere plasmaconcentraties
rivaroxaban. Gelijktijdige toediening van sterke CYP3A4-inductoren moet met voorzichtigheid worden
gedaan.
Andere gelijktijdige behandelingen
Er zijn geen klinisch significante farmacokinetische of farmacodynamische interacties waargenomen
wanneer rivaroxaban gelijktijdig werd toegediend met midazolam (substraat van CYP3A4), digoxine
(substraat van Pgp), atorvastatine (substraat van CYP3A4 en Pgp) of omeprazol (protonpompremmer).
Rivaroxaban remt noch induceert belangrijke isovormen van CYP, zoals CYP3A4.
Laboratoriumparameters
Zoals verwacht, worden stollingsparameters (bijv. PT, APTT, Heptest) beïnvloed door de werking van
rivaroxaban.
Samenvatting van het veiligheidsprofiel
De veiligheid van rivaroxaban is beoordeeld in acht fase III-onderzoeken waaraan in totaal 16.041 patiënten
deelnamen die werden blootgesteld aan rivaroxaban (zie tabel 1).
Tabel 1: Aantal onderzochte patiënten, maximale dagelijkse dosis en behandelduur in fase IIIonderzoeken
Indicatie
| Aantal patiënten* |
Maximale dagelijkse dosis |
Maximale behandelduur |
|
| Preventie van veneuze trombo-embolie (VTE) bij volwassen patiënten die een electieve heup- of knievervangende operatie ondergingen |
6.097 | 10 mg | 39 dagen |
| Behandeling van DVT en preventie van recidief DVT en PE |
2.194 Dag |
1-21 30 mg Dag 22 en daarna: 20 mg |
21 maanden |
| Preventie van CVA en systemische embolie bij patiënten met non-valvulair atriumfibrilleren |
7.750 | 20 mg | 41 maanden |
*Patiënten blootgesteld aan ten minste één dosis rivaroxaban
In totaal werden bij ongeveer 73% van de patiënten die werden blootgesteld aan ten minste één dosis
rivaroxaban bijwerkingen gemeld die tijdens de behandeling optraden. Ongeveer 24% van de patiënten kreeg
bijwerkingen waarvan door onderzoekers werd geoordeeld dat ze verband hielden met de behandeling. Van
de patiënten die werden behandeld met 10 mg Xarelto en die een heup- of knievervangende operatie
ondergingen, kwamen bij ongeveer 6,8% voorvallen van bloedingen voor en bij ongeveer 5,9% van de
patiënten trad anemie op. Van de patiënten die werden behandeld met tweemaal daags 15 mg Xarelto,
gevolgd door eenmaal daags 20 mg voor de behandeling van DVT, of met eenmaal daags 20 mg voor de
preventie van recidief DVT en PE, kwamen bij ongeveer 22,7% voorvallen van bloedingen voor en bij
ongeveer 1,8% van de patiënten trad anemie op. Bij patiënten die werden behandeld voor de preventie van
CVA en systemische embolie werden bloedingen van elk type of elke mate van ernst gemeld met een
frequentie van 28 per 100 patiëntjaren, en anemie met een frequentie van 2,5 per 100 patiëntjaren.
Bijwerkingen weergegeven in tabelvorm
De frequenties van bijwerkingen die werden gemeld met Xarelto staan per systeem/orgaanklasse (volgens
MedDRA) en per frequentie weergegeven in tabel 2 hieronder.
De frequenties worden als volgt gedefinieerd:
vaak: ≥ 1/100, < 1/10
soms: ≥ 1/1.000, < 1/100
zelden: ≥ 1/10.000, < 1/1.000
niet bekend: kan niet worden bepaald met de beschikbare gegevens
Tabel 2: Alle tijdens de behandeling opgetreden bijwerkingen die zijn gemeld bij patiënten in fase IIIonderzoeken
(preventie van veneuze trombo-embolie (VTE) bij volwassen patiënten die een electieve
heup- of knievervangende operatie ondergingen (VTE-P), behandeling van DVT en preventie van
recidief DVT en PE (DVT-T) en preventie van CVA en systemische embolie bij patiënten met nonvalvulair
atriumfibrilleren (SPAF))
| Vaak | Soms | Zelden | Niet bekend |
| Bloed- en lymfestelselaandoeningen | |||
| Anemie (incl. betreffende laboratoriumwaarden) |
Trombocytemie (incl. verhoogde plaatjestelling)A |
||
| Immuunsysteemaandoeningen | |||
| Allergische reactie, allergische dermatitis |
|||
| Zenuwstelselaandoeningen | |||
| Duizeligheid, hoofdpijn, syncope |
Cerebrale en intracraniale hemorragie |
||
| Oogaandoeningen | |||
| Hemorragie van de ogen (incl. conjuctivale hemorragie) |
|||
| Hartaandoeningen | |||
| Tachycardie | |||
| Bloedvataandoeningen | |||
| Hypotensie, hematoom |
Pseudoaneurysmavorming na percutane interventie* |
||
| Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen | |||
| Epistaxis | Bloed ophoesten | ||
| Maagdarmstelselaandoeningen | |||
| maagdarmkanaal (incl. tandvleesbloeding en rectale hemorragie), abdominale en gastro-intestinale pijn, dyspepsie, misselijkheid, obstipatieA, diarree, brakenA |
Droge mond | ||
| Lever- en galaandoeningen | |||
| Abnormale leverfunctie | Geelzucht | ||
| Huid- en onderhuidaandoeningen | |||
| Pruritus (incl. zeldzame gevallen van gegeneraliseerde pruritus), huiduitslag, ecchymose |
Urticaria, cutane en subcutane hemorragie |
||
| Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen | |||
| Pijn in de extremiteitenA |
Hemartrose | Spierhemorragie | Compartimentsyndroom secundair aan een bloeding |
| Nier- en urinewegaandoeningen | |||
| Urogenitale hemorragie (incl. hematurie en menorragieB |
Verminderde nierfunctie (incl. verhoogd bloedcreatinine, verhoogd bloedureum)A |
Nierfalen/acuut nierfalen secundair aan een bloeding welke een hypoperfusie kan veroorzaken |
|
| Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen | |||
| KoortsA, perifeer oedeem, verminderde algehele kracht en energie (incl. vermoeidheid, asthenie) |
Zich onwel voelen (incl.malaise), gelokaliseerd oedeemA |
||
| Onderzoeken | |||
| Verhoogde transaminases |
Verhoogd bilirubine, verhoogd alkalische fosfatase in het bloedA, verhoogd LDHA, verhoogd lipaseA, verhoogd amylaseA, verhoogde GGTA |
Verhoogd geconjugeerd bilirubine (al dan niet gepaard gaande met verhoogde ALT-waarden) |
|
| Letsels, intoxicaties en verrichtingscomplicaties | |||
| Postprocedurele hemorragie (incl. postoperatieve anemie en wondhemorragie), contusie |
WondsecretieA | ||
A: waargenomen bij VTE-P; B: waargenomen bij DVT-T als zeer vaak bij vrouwen < 55 jaar
*) Deze reacties traden op in andere klinische onderzoeken dan de fase III-onderzoeken bij patiënten die een
grote orthopedische operatie aan de onderste ledematen ondergingen, patiënten die werden behandeld
voor DVT en preventie van recidief DVT en PE of patiënten die werden behandeld voor de preventie van
CVA en systemische embolie
Beschijving van bepaalde bijwerkingen
Vanwege het farmacologische werkingsmechanisme kan het gebruik van Xarelto geassocieerd zijn met een
verhoogd risico op occulte of duidelijke bloedingen van elk weefsel of orgaan, die kunnen leiden tot
posthemorragische anemie. De klachten, symptomen en ernst (inclusief fatale afloop) variëren afhankelijk
van de locatie en de mate of uitgebreidheid van de bloeding en/of anemie.
In de klinische onderzoeken werden bloedingen van slijmvliezen (bijvoorbeeld epistaxis,
gingivaal, gastro-intestinaal, urogenitaal) en anemie vaker gezien tijdens een langdurige behandeling met
rivaroxaban, in vergelijking met een behandeling met VKA. Daarom kan, naast een adequaat klinisch
toezicht, laboratoriumonderzoek van het hemoglobine/hematocriet van waarde zijn voor het ontdekken van
occult bloedverlies, indien dit geschikt wordt geacht.
Het risico op bloedingen kan verhoogd zijn bij bepaalde patiëntengroepen, bijvoorbeeld bij patiënten met
ernstige arteriële hypertensie die niet onder controle is en/of die gelijktijdig een behandeling krijgen die de
hemostase beïnvloedt. Menstruele bloedingen kunnen intensiever
worden en/of langer duren. Bloedingscomplicaties kunnen zich uiten in zwakte, bleekheid, duizeligheid,
hoofdpijn of onverklaarde zwelling, dyspnoe en onverklaarde shock. In sommige gevallen zijn symptomen
van cardiale ischemie zoals angina pectoris als gevolg van anemie waargenomen.
Bekende complicaties als gevolg van een ernstige bloeding, zoals compartimentsyndroom en nierfalen als
gevolg van hypoperfusie, zijn gemeld voor Xarelto. Daarom moet bij de beoordeling van de conditie van
patiënten die worden behandeld met anticoagulantia altijd de mogelijkheid van een bloeding worden
overwogen.
Bayer Pharma AG
Bayer Pharma AG
03 February 2012






















